Banks and adverse mining

Sunday, January 1, 2017

Belgium - Dit 11.dossier handelt over de financiering door banken, actief in België, van multinationale (metaal)mijnbouwbedrijven die een schadelijke impact hebben op het milieu of mensenrechten schenden.

Metaalmijnbouw heeft een bedenkelijke reputatie. In het kielzog van de globale vraag naar natuurlijke rijkdommen in het algemeen en metalen in het bijzonder ontstaan sociale conflicten, mensenrechtenschendingen, verstoorde of verwoeste natuur en slecht bestuur. De problematische cases vinden we voornamelijk terug in grondstofrijke landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika, terwijl wij belangrijke afnemers zijn van die grondstoffen. Zo heeft ook de Belgische burger een link met die conflicten: enerzijds als consument (van bv. elektronische apparaten), anderzijds ook als spaarder, omdat banken spaargeld investeren in mijnbouwbedrijven.

In dit dossier focussen we op de financiële link die er bestaat tussen ‘Belgische’ banken en de metaalmijnbouwproblematiek. We kozen daarbij bewust voor een analyse van de metaalmijnbouw en niet voor andere vormen van mijnbouw, zoals steenkoolmijnbouw. De vraag naar metalen is complex. Om de transitie naar hernieuwbare energie te kunnen realiseren (bv. productie van nieuwe windmolens en zonnepanelen)1, maar ook voor tal van andere toepassingen in onze moderne samenleving (van gezondheidszorg over mobiliteit tot elektronische communicatie) zullen we metalen nodig blijven hebben. De globale metaalvoorraden zijn echter eindig en de extractie van de resterende grondstoffen wordt steeds energie-intensiever. Bovendien breiden de mijnbouwactiviteiten zich steeds verder uit naar meer afgelegen en ecologisch kwetsbare gebieden, zoals het Amazonewoud. Een ‘circulaire economie’, waarbij zoveel mogelijk secundaire grondstoffen opnieuw opgenomen worden in de cyclus van productie en consumptie, dringt zich dan ook op. Toch zal mijnbouw in de komende decennia ook binnen een ‘circulaire economie’ niet volledig uitgesloten kunnen worden. De verwachtingen zijn immers dat de vraag wereldwijd nog zal stijgen.

We pleiten dan ook niet voor een volledige desinvestering van de metaalontginning. Wel vragen we dat de financiële instellingen met hun investeringsbeleid elke negatieve impact op het milieu en op sociaal vlak vermijden en zich daarentegen richten op duurzaamheid. Zij vormen namelijk een belangrijke schakel in de realisatie van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen en in de financiering van de economie van de toekomst, met respect voor het milieu en de mensenrechten.

Het pleidooi voor verantwoord ondernemen en investeren maakt deel uit van internationale kaders, zoals de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, die in 2016 hun vijfjarig bestaan ‘vierden’. Omdat dergelijke kaders algemeen geformuleerd zijn en niet afdwingbaar, bestaat er heel wat interpretatieruimte voor de toepassing van hun principes in specifieke sectoren. In dit dossier onderzoeken we hoe banken hun verantwoordelijkheid binnen het vrijwillige kader van verantwoord ondernemen (en investeren) al dan niet opnemen. We doen dit aan de hand van de volgende drie specifieke onderzoeksvragen:

• Wat zijn de financiële linken tussen banken, actief in België, en mijnbouwconflicten?

• Tot op welke hoogte integreren deze banken internationale milieu- en mensenrechtenstandaarden in hun beleid en specifiëren ze hun eigen verplichtingen ten opzichte van die standaarden?

• Is het beleid van banken al dan niet in overeenstemming met de financiële linken tussen banken, actief in België, en multinationale mijnbouwbedrijven?

READ THE FULL REPORT

Thank you for submitting

Your message has succesfully been placed

×